Inspiratie

Herstel door verbinding: hoe jongeren met gedragsproblemen écht gezien worden bij Wij Zijn BROER!

Veel jongeren die aankloppen bij de in Alkmaar gevestigde Stichting Wij Zijn BROER! hebben al een lange weg door de ggz-hulpverlening achter de rug. Diagnoses, behandelingen en gesprekken, maar vaak zonder resultaat. Volgens oprichter Mike van der Velde, een tafelgast tijdens de talkshow Aan Tafel Over Zorg & Gezondheid in Alkmaar, ligt dat niet aan een gebrek aan zorg, maar aan iets anders: het ontbreken van echte verbinding.

Vanuit zijn eigen ervaringen én jarenlange werkervaring in de ggz ontwikkelde Mike een andere aanpak. Een aanpak waarin jongeren niet worden gezien als hun diagnose, maar als mens. We spraken met Mike over de kracht van verbinding, het belang van gehoord worden en de samenwerking tussen zorg en welzijn.

Waar komt het idee achter Wij Zijn BROER! vandaan?

“De visie achter Wij Zijn BROER! is ontstaan uit een combinatie van eigen ervaringen en werkervaring in de zorg. Wat ik vaak zag, was dat zorg afstandelijk kon zijn. Terwijl juist nabijheid nodig is om jongeren echt te begrijpen en te helpen. In de traditionele ggz ligt de focus vaak op een diagnose. Maar een diagnose is slechts een onderdeel van iemand. Het zegt iets over gedrag, maar niet over wie iemand is als mens. Iedereen heeft behoefte aan verbinding, erkenning en ergens bij horen. Daar begint het, volgens mij.”

Waarom is dat thema van verbinding voor jou zo belangrijk?

“Ik weet uit eigen ervaring hoe het voelt om je niet gehoord of begrepen te voelen. Als jongere probeerde ik overal aansluiting te vinden. Ik paste me aan verschillende groepen aan, omdat ik ergens bij wilde horen. Achteraf zie ik dat ik vooral een gevoel van verbinding miste. Jarenlang werd ik behandeld. Er werd gekeken naar het probleemgedrag, maar niet naar de reden waarom dat gedrag voor mij een oplossing was geworden. Pas veel later ontdekte ik dat gevoelens van eenzaamheid en anders zijn een grote rol speelden.”

“Ik merkte ook dat het antwoord voor mij ligt in verbinding. Wanneer je je als jongere gezien en begrepen voelt, ben je veel meer bereid om hulp te accepteren en stappen te zetten.”

Hoe heeft jouw eigen ervaring invloed gehad op de organisatie die je hebt opgebouwd?

“Op een gegeven moment kwam ik terecht in een behandelomgeving waar ik voor het eerst écht in verbinding stond met mijn hulpverleners. Dat veranderde alles. Ik ontdekte dat ik niet mijn diagnose was. Dat ik een sterker fundament nodig had om met het leven om te gaan.”

“Na mijn behandeling kreeg ik voor het eerst weer toekomstperspectief. Ik ging werken als ervaringsdeskundige, volgde opleidingen en werkte binnen verschillende zorgorganisaties. Tijdens die jaren ontstond steeds duidelijker een beeld van hoe ik vond dat zorg eruit zou moeten zien voor jongeren met mentale problemen. Ik schreef een plan tijdens mijn opleiding. En hieruit is Wij Zijn BROER! ontstaan.”

Welke jongeren komen bij jullie terecht?

“Vaak zijn dat jongeren tussen de 13 en 23 jaar die al meerdere hulpverleningstrajecten hebben doorlopen. Ze zijn vastgelopen op verschillende gebieden van hun leven: thuis, op school, in hun sociale omgeving of bij sport. Daarnaast is er vaak wantrouwen ontstaan richting hulpverlening. Veel jongeren denken: dit gaat toch niet werken of zitten er omdat het moet van hun ouders.”

“Daarom besteden we veel aandacht aan het eerste gesprek, Dat is niet alleen een intake, maar vooral een verkennend gesprek. We vertellen iets over onszelf. We willen weten: wil je hier zijn, of moet je hier zijn? Veel jongeren herkennen zich in gevoelens van eenzaamheid, onbegrip of het idee dat niemand echt luistert. Juist daar proberen we als eerste op aan te sluiten.”

Hoe ziet jullie aanpak eruit?

“We werken met een combinatie van ervaringsdeskundigen en behandelaren en coaches. Soms begrijpen wij vanuit ervaring heel goed waarom iemand bepaald gedrag laat zien. Dat betekent niet dat het gedrag altijd wenselijk is, maar wel dat we de onderliggende behoefte kunnen herkennen.”

“Onze behandeling bestaat uit drie onderdelen. Er is individuele behandeling en zijn er systeemgesprekken met ouders en andere belangrijke mensen uit de omgeving van de jongere. Daarnaast werken we veel in groepen. Jongeren onderzoeken samen welke problemen ze ervaren, welke oplossingen ze tot nu toe hebben gekozen en wat ze anders zouden willen doen.”

“Het derde onderdeel is ons activiteitenprogramma. Daarin combineren we sport, spel, creatieve activiteiten en educatie. Dat lijkt misschien meer welzijn dan zorg, maar voor ons is het een essentieel onderdeel van de behandeling. Juist tijdens die activiteiten ontstaan situaties waarin jongeren oefenen met nieuw gedrag. Onze coaches zijn de hele dag aanwezig en geven continu feedback. Zo creëren we kansen voor succeservaringen. Gedragsverandering ontstaat wanneer je ervaart dat iets anders ook werkt.”

Jullie slaan daarmee een brug tussen zorg en welzijn. Is dat bewust?

“Veel problemen waarmee jongeren worstelen, zoals eenzaamheid, onzekerheid of het gevoel nergens bij te horen, los je niet alleen op in een behandelkamer. Daarom vinden wij het belangrijk dat jongeren ook buiten de behandeling verbinding blijven houden met anderen. Na afloop van het behandeltraject kunnen zij deelnemen aan onze Broer Meetings. Dat is een community waarin jongeren elkaar blijven ontmoeten en met elkaar in gesprek gaan over onderwerpen die spelen in hun leven. Al onze activiteiten hebben een geneeskundig doeleinde en worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel.”

“Ook vrienden en familie hebben een belangrijke rol. We betrekken het netwerk actief bij de behandeling, omdat herstel niet alleen plaatsvindt binnen de muren van een zorgorganisatie.”

Wat hoop je dat de regio van jullie aanpak leert?

“Dat we verder kijken dan diagnoses en problemen. Natuurlijk zijn die belangrijk, maar uiteindelijk gaat het om mensen. Iedereen wil gezien, gehoord en begrepen worden. Als we dat als uitgangspunt nemen, ontstaat er ruimte voor herstel, ontwikkeling en perspectief. Dan kijken we niet alleen naar wat er misgaat, maar vooral naar wat iemand nodig heeft om verder te kunnen.”

“Het mooiste compliment dat we kunnen krijgen is wanneer een jongere zegt: ‘Ik voel me eindelijk gezien en gehoord.’ Of: ‘Ik voel me weer vrij.’ Dat zijn voor mij de momenten waarop we weten dat we iets hebben betekend.”

Deel dit bericht