“We moeten het slimmer organiseren en dat kan alleen samen”
Met de recente goedkeuring van het IZA Transformatieplan kan Noord-Holland Noord de komende jaren gericht aan de slag met het toekomstbestendig maken van zorg en welzijn. We spreken wethouder Antoine Tromp van de gemeente Heiloo over wat dit besluit betekent, welke keuzes er op stapel staan en wat inwoners en professionals gaan merken van de gezamenlijke inzet.
Wat betekent de goedkeuring van het Transformatieplan concreet voor de regio Noord-Holland Noord?
“Het positieve besluit betekent dat wij de komende twee jaar middelen beschikbaar krijgen om een breed pakket aan projecten uit te voeren,” legt Tromp uit. “Het transformatieplan is door alle partners ondertekend en heeft één duidelijke doelstelling: voorkomen dat we in 2030 tegen een onoplosbaar personeelstekort aanlopen. Als we niets doen, kunnen we simpelweg niet meer voldoen aan de zorgvraag. Door slimmer te werken, beter te organiseren en meer in te zetten op preventie kunnen we naar verwachting zo’n 15 procent capaciteit vrijspelen.” Volgens Tromp gaat het niet alleen om het anders inrichten van de zorgketens, maar ook om het beperken van de zorgvraag. “Mensen sneller naar huis met passende ondersteuning, preventie versterken, meer samenwerking tussen ketens.”
Wat zijn de belangrijkste pijlers van het plan?
“Voor gemeenten zijn vooral drie thema’s cruciaal: ketenzorg, langer thuis wonen en preventie,” zegt Tromp. “De beweging van zorg naar het voorveld is een grote opgave voor gemeenten. We moeten voorkomen dat mensen onnodig in het zorgsysteem belanden, en dat betekent ook investeren in ondersteuning, geschikte woningen en sterke buurtnetwerken. Een groot deel van de ondersteuningsvragen kan ook worden opgelost in het informele netwerk. Je ziet hoe belangrijk gemeenschapszin is. Niet alles hoeft door professionals te worden opgelost. Daar moeten we inwoners bewust van maken.”
Hoe draagt het plan bij aan toekomstbestendige zorg en welzijn?
“Het IZA dwingt ons om de verschillende domeinen, zorg, gemeenten, welzijn, veel nauwer met elkaar te verbinden,” zegt Tromp. “Die werelden zijn traditioneel gescheiden georganiseerd, maar voor inwoners maakt dat niets uit. Zij willen dat zaken goed geregeld zijn.”
Hij noemt valpreventie als voorbeeld: “Een fysiotherapeut signaleert, een sportorganisatie helpt met de screening, gemeenten die het vanuit de Wmo financieren, en zorgverzekeraars die belang hebben bij minder operaties. Voorheen liepen die belangen door elkaar, nu brengen we ze bij elkaar. Daarmee hopen we leed te voorkomen, kosten te besparen en minder druk op zorgpersoneel te leggen. Maar het vraagt ook om het anders inregelen van ons systeem, want waar het sociaal domein winst ziet in het verminderen van valincidenten, moet de zorgverzekeraar per individu verantwoorden. Daar zit ook een kans. We moeten laten zien wat werkt en evalueren: kan dit structureel anders worden ingericht?”
Welke uitdagingen brengt het Transformatieplan met zich mee?
“De grootste uitdaging is misschien wel het veranderen van verwachtingen,” zegt Tromp. “We kampen met een maatschappelijk probleem: er zijn simpelweg te weinig mensen voor alle zorgvragen. Meer geld lost dat niet op. We moeten anders werken én inwoners meenemen in wat wel en niet kan.” Volgens Tromp vraagt dat om het doorbreken van ‘aangeleerde afhankelijkheid’. “We zijn gewend dat professionals het oplossen. Maar we moeten naar een situatie waarin mensen en hun netwerken eerst kijken wat mogelijk is, en pas daarna naar professionele zorg. Dat gesprek moeten we blijven voeren.”
Daarnaast vraagt de samenwerking tussen domeinen om lef en flexibiliteit. “Projecten moeten niet alleen worden uitgevoerd, maar ook iets opleveren. Dat vergt kritisch blijven, bijsturen en pragmatisch handelen. De keuzes worden hierin scherper. Meer geld is geen oplossing, want we hebben de menskracht niet. Het moet dus beter met minder mensen.”
Wat gaan inwoners merken van het samenwerkingsverband?
“Inwoners zullen merken dat zorg en ondersteuning beter op elkaar aansluiten,” zegt Tromp. “Bijvoorbeeld bij ziekenhuisopnames: mensen kunnen eerder en met goede ondersteuning naar huis. Door samenwerking tussen de domeinen, gaat dat gestroomlijnder. We ontwikkelen overigens niets nieuws. We gaan vooral bestaande goede initiatieven versterken en pilots opschalen. De beweging naar het voorveld is al sinds 2013–2014 gaande. Het sociaal domein heeft hierdoor een veel prominentere rol. Maar de integraliteit wordt sterker. Dat gaat inwoners echt helpen.”
En wat merken professionals in zorg en welzijn?
“Voor professionals verandert vooral de manier van samenwerken,” vertelt Tromp. “Het betekent soms eerder loslaten, meer vertrouwen op wat anderen in de keten over kunnen nemen en meer afstemming met partijen waar je voorheen niet standaard mee schakelde.” Dat vraagt ook om tijd en vertrouwen. “Een welzijnsmedewerker die begeleiding overneemt van zorgprofessionals: dat moet je goed organiseren. Uiteindelijk levert het tijdwinst op, maar het vraagt eerst extra voorbereiding.”
Waar bent u het meest trots op in dit proces?
“Dat het gelukt is om onder één paraplu coalities te vormen van professionals uit verschillende sectoren,” zegt Tromp. “Niet alleen het plan is integraal, de projecten zijn dat ook. Daarnaast hebben we elkaar als partners beter leren kennen, zowel beleidsmatig als in de uitvoering. De samenwerking gaat inmiddels verder dan alleen het transformatieplan. Dat is winst.”
Welke boodschap wilt u meegeven aan partners die nu aan de slag gaan?
“Blijf kritisch naar jezelf en naar elkaar,” zegt Tromp. “Het plan op papier is één ding, de uitvoering is vaak weerbarstiger. We moeten realistisch blijven, samen bijsturen en goed blijven meten of projecten daadwerkelijk doen wat ze moeten doen.”
Hij besluit: “Als we met elkaar laten zien wat werkt, kunnen we de zorg echt toekomstbestendig maken. Niet door steeds nieuwe dingen te bedenken, maar door te versterken wat goed werkt. En vooral door het samen te doen.”